stempel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Stempels.

De grote horizontale buizen zijn stempels.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stempel stempels
verkleinwoord stempeltje stempeltjes

Zelfstandig naamwoord

[A] de stempel m

  1. voorwerp met een ingesneden oppervlak waarmee afdrukken gemaakt kunnen worden met inkt of in lak
    Zo'n afdruk wordt het stempel o genoemd.
    • Hij zette er zijn stempel op.
  2. (gereedschap) werktuig om met kracht een indruk van een bepaalde vorm in een ander voorwerp aan te brengen
    • Munten worden geslagen met stalen stempels.
  3. (beschrijvende plantkunde) bovenste gedeelte van de stamper in een bloem

[A] stempel o

  1. afdruk of indruk gemaakt door een daarvoor bestemd voorwerp
    Dit voorwerp wordt de stempel m genoemd.
    • Het stempel op de postzegel liet zien dat de brief in Rolde gepost was.
  2. (figuurlijk) kenmerkende sporen van een bepaalde maker of herkomst
    • Hoewel zij maar vier jaar burgemeester was, heeft ze toch haar stempel op de gemeente gezet.
      Ze was niet langer de bediende die het huis van vlekken ontdeed; ze zou een onuitwisbaar stempel drukken dat niemand nog zou vergeten.[3]
enkelvoud meervoud
naamwoord stempel stempels
verkleinwoord stempeltje stempeltjes

Zelfstandig naamwoord

[B] de stempel m

  1. (bouwkunde) balk of schoor ter ondersteuning
    • De stempels blijven onder de bekisting van de betonbalken staan totdat deze voldoende verhard zijn.
    • Er worden stempels gebruikt om de keerwanden van een bouwkuip uiteen te houden.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

A:1. voorwerp met een ingesneden oppervlak waarmee afdrukken gemaakt kunnen worden met inkt of in lak

A3. beschrijvende plantkunde: bovenste gedeelte van de stamper in een bloem

Werkwoord

vervoeging van
stempelen

stempel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stempelen
    • Ik stempel.
  2. gebiedende wijs van stempelen
    • Stempel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stempelen
    • Stempel je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. stempel op website: Etymologiebank.nl
  2. "stempel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  3. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Middelnederlands

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

stempel m

  1. poot onder een meubel of ander huisraad, verticale ondersteuning, stijl

Verwijzingen

  1. Middelnederlandsch Woordenboek
  2. stempel op website: Etymologiebank.nl