stil - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen stil stiller stilst
verbogen stille stillere stilste
partitief stils stillers -

Bijvoeglijk naamwoord

stil

  1. geen of weinig geluid producerend
    Zo stil mogelijk ging ik rechtop in mijn slaapzak zitten en probeerde mijn overvolle blaas geruisloos te legen.[3]
  2. onbeweeglijk
  3. rustig, kalm
    Binnen de kortste tijd hadden we de stille kroeg volledig overgenomen.[3]
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
Vertalingen

1. geen of weinig geluid producerend

Bijwoord

stil

  1. op stille wijze
    • Stil maakte hij zijn examen af en leverde het in.
  2. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord

Werkwoord

vervoeging van
stillen

stil

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stillen
    • Ik stil.
  2. gebiedende wijs van stillen
    • Stil!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stillen
    • Stil je?

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. "stil" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. stil op website: Etymologiebank.nl
  3. 1 2
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 834
[A] enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief stil stilen - -
genitief stils stilens - -

Zelfstandig naamwoord

[A] stil, g

  1. stijl (kenmerken, bijv. in vorm, type, smaak)
  2. (kunst) stijl, stroming
  3. (sport) houding
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties

de persoonlijke stijl

de gotische stijl

[B] enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief stil - - -
genitief stils - - -

Zelfstandig naamwoord

[B] stil, g

  1. stijl
  2. (grammatica) mondelinge of schriftelijke presentatie
Synoniemen
Hyperoniemen
[C] enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief stil stilen stile stilene
genitief stils stilens stiles stilenes

Zelfstandig naamwoord

[C] stil, g

  1. (onderwijs) opzet
Typische woordcombinaties

een Noors opstel schrijven

Verwijzingen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 1766

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | -------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | stil | stilen | stiler | stilene | | genitief | stils | stilens | stilers | stilenes |

Zelfstandig naamwoord

stil, m

  1. stijl
  2. (kunst) stijl, stroming
  3. (sport) houding
  4. (onderwijs) opstel
Hyperoniemen
Typische woordcombinaties

een kerk in de Romaanse stijl

optreden met stijl en elegantie

een Noors opstel schrijven

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | stil | stilen | stilar | stilane |

Zelfstandig naamwoord

stil, m

  1. stijl
  2. (kunst) stijl, stroming
  3. (sport) houding
  4. (onderwijs) opstel
Typische woordcombinaties

een Noors opstel schrijven