stof - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stof
Woordherkomst en -opbouw
- [A]: via het Middelnederlands stoffe afgeleid van het Oudfrans estophe, dat weer teruggaat op Oudfrankisch stopfon [1] [2]
- [B]: van Middelnederlands stof, dat is afgeleid van de stam van stuiven, in de betekenis van ‘fijne deeltjes’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [3] [4] [5]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stof | stoffen |
| verkleinwoord | stofje | stofjes |
Zelfstandig naamwoord
- materiaal, chemische verbinding
- (textiel), (materiaalkunde) weefsel, textiel
▸ Haar bovenlichaam was volmaakt, haar rok als een stilleven van stof over de vorm haar dijen.[6]
▸ Ik zag dat de stof van haar broek om haar heupen flodderde; ze was duidelijk afgevallen.[6]
▸ Terwijl ik goedkeurend met mijn vinger langs de vergulde lambrisering streek, de dikte voelde van de stof van de zware, oker overgordijnen en de stoel wegschoof om de openslaande deuren te openen naar het terras, dat uitzicht bood op de rozentuin, of wat daarvan over was, en de vijver met de defecte fontein, bedacht ik dat ik nog tijd genoeg zou hebben om deze kamer en detail te beschrijven.[7] - (onderwijs) datgene wat geleerd moet worden
- De leerlingen beheersen de stof goed.
Synoniemen
- [3] leerstof
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
[1] "materiaal, chemische verbinding"
- Veel stof doen opwaaien
Veel indruk maken, voor veel reuring zorgen
- Kort/Lang van stof zijn
Wel/niet compact en bondig vertellen [8]
- Door het stof gaan
Een nederige houding aannemen en/of zich verontschuldigen (na een eerder gemaakte fout e.d.)
Vertalingen
1. materiaal, chemische verbinding
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| naamwoord | stof |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
[B] het stof o
- verzameling heel kleine deeltjes
▸ Terwijl Vrouwen in het graanveld aan de muur van de Tate hing, lag uw schilderij van Robles stof te vergaren.[6]
▸ Nadat ik wat gedronken had sprong ik het meer in met al mijn kleren om het zweet en het stof van me af te wassen.[9]
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| stoffen |
stof
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoffen
- Ik stof.
- gebiedende wijs van stoffen
- Stof!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoffen
- Stof je?
Gangbaarheid
- Het woord stof staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "stof" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[10] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ stof op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ stof op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ "stof" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- 1 2 3
Jessie Burton vert. Marja Borg
“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers
, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 18 - ↑ www.dbnl.org
- ↑
Tim Voors
“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Afrikaans
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stof | stowwe |
Zelfstandig naamwoord
stof