stof - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stof stoffen
verkleinwoord stofje stofjes

Zelfstandig naamwoord

[A] stof m/v

  1. materiaal, chemische verbinding
  2. (textiel), (materiaalkunde) weefsel, textiel
    Haar bovenlichaam was volmaakt, haar rok als een stilleven van stof over de vorm haar dijen.[6]
    Ik zag dat de stof van haar broek om haar heupen flodderde; ze was duidelijk afgevallen.[6]
    Terwijl ik goedkeurend met mijn vinger langs de vergulde lambrisering streek, de dikte voelde van de stof van de zware, oker overgordijnen en de stoel wegschoof om de openslaande deuren te openen naar het terras, dat uitzicht bood op de rozentuin, of wat daarvan over was, en de vijver met de defecte fontein, bedacht ik dat ik nog tijd genoeg zou hebben om deze kamer en detail te beschrijven.[7]
  3. (onderwijs) datgene wat geleerd moet worden
    • De leerlingen beheersen de stof goed.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

[1] "materiaal, chemische verbinding"

Veel indruk maken, voor veel reuring zorgen

Wel/niet compact en bondig vertellen [8]

Een nederige houding aannemen en/of zich verontschuldigen (na een eerder gemaakte fout e.d.)

Vertalingen

1. materiaal, chemische verbinding

enkelvoud meervoud
naamwoord stof
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

[B] het stof o

  1. verzameling heel kleine deeltjes
    Terwijl Vrouwen in het graanveld aan de muur van de Tate hing, lag uw schilderij van Robles stof te vergaren.[6]
    Nadat ik wat gedronken had sprong ik het meer in met al mijn kleren om het zweet en het stof van me af te wassen.[9]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
stoffen

stof

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoffen
    • Ik stof.
  2. gebiedende wijs van stoffen
    • Stof!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoffen
    • Stof je?

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[10]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. stof op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. stof op website: Etymologiebank.nl
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. "stof" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  6. 1 2 3
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  7. “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 18
  8. www.dbnl.org

  9. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  10. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord stof stowwe

Zelfstandig naamwoord

stof

  1. stof