stoplicht - WikiWoordenboek (original) (raw)

Stoplicht

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stoplicht stoplichten
verkleinwoord stoplichtje stoplichtjes

Zelfstandig naamwoord

het stoplicht o

  1. (verkeer) een installatie die middels gekleurde lichten het verkeer op een kruispunt regelt
    • Dit stoplicht gaat snel weer op rood.
    • Stoplicht springt op rood stoplicht springt op groen. In Almelo is altijd wat te doen. (Herman Finkers)
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

1. een installatie die middels gekleurde lichten het verkeer op een kruispunt regelt

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. stoplicht op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be