Ze draagt een wit T-shirt boven een strakke spijkerbroek. ▸ Zijn T-shirt trekt strak bij zijn onderrug.[2]
(van gezichtsuitdrukking e.d.) onaangedaan, stoïcijns, zonder blijk te geven van emotie
Met een strak gezicht houdt hij vol dat hij het niet gedaan heeft. ▸ ' Ze keek me strak aan en nam nog een trekje.[3] ▸ Olive keek strak naar haar bord.[3]
streng, strikt, zonder dat er veel vrijheid wordt geboden
In zijn huis gelden strakke regels.
De sporter werkt volgens een strak schema. ▸ De strak opgemaakte kamer wist ik in no time te transformeren tot een stinkende rotzooi.[4]