streek - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord streek streken
verkleinwoord streekje streekjes

Zelfstandig naamwoord

de streek v / m

  1. (aardrijkskunde) een gebied met een eigen karakter, een landstreek
    • Deze streek is bekend om zijn bollenteelt.
      Dit is het Carcari Natural Reserve, een beschermd bosgebied en daarmee een zeldzaamheid in deze streek.[3]
      Ten slotte kwam hij in een rotsachtige streek, waar hij plotseling de fluit van een herdersjongen hoorde.[4]
  2. deel van een entiteit (bijv. anatomisch) met specifieke eigenschappen (-> bilstreek, hartstreek, maagstreek, kompasstreek)
  3. een handeling die handig maar niet helemaal netjes of beleefd is
    • Wat een gemene streek is dat!
      Ze hadden veel aandacht en indirecte steun in de rechtse pers gekregen voor al hun streken voor de verkiezingen.[5]
  4. een veeg of streep met een werktuig
    • Met een paar streken zette de kunstenaar een goedgelijkende afbeelding op het doek.
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

iemand onzeker maken

  1. 'Je maakt je dochter van streek.[6]
Spreekwoorden
Vertalingen

1. een gebied met een eigen karakter

2. een handige manipulatie

3. een veeg of streep met een werktuig

uit zuidelijker streken

Werkwoord

vervoeging van
strijken

streek

  1. enkelvoud verleden tijd van strijken
    • Ik streek.
    • Jij streek.
    • Hij, zij, het streek.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "streek" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. streek op website: Etymologiebank.nl

  3. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  4. “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 11

  5. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044625691

  6. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

streek

  1. (aardrijkskunde) streek; een gebied met een eigen karakter, een landstreek
  2. streek een handige manipulatie
Afgeleide begrippen

Veluws

Zelfstandig naamwoord

streek

  1. (aardrijkskunde) streek; een gebied met een eigen karakter, een landstreek
  2. streek een handige manipulatie