stront - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stront stronten
verkleinwoord strontje strontjes

Zelfstandig naamwoord

de stront m

  1. uitgescheiden afvalstoffen van mens of dier
    • Omdat hij nog stront aan z'n schoenen had, stonk het vreselijk in de kamer.
  2. (figuurlijk) (vulgair) zeer problematische situatie
    • Als je zoveel geld leent, zit je bij een beetje tegenslag al gauw in de stront.
  3. versterkend voorvoegsel (pejoratief) versterkt als eerste deel van een samenstelling een negatieve eigenschap die het tweede deel aangeeft
    • Hij was stronteigenwijs en luisterde niet naar de adviezen van meer ervaren vissers.
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. stront op website: Etymologiebank.nl
  2. stront op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. "stront" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Pools

Periodiek systeem der elementen (pol)
H He Li Be B C N O F Ne Na Mg Al Si P S Cl Ar K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po At Rn Fr Ra ** Rf Db Sg Bh Hs Mt Ds Rg Cn Nh Fl Mc Lv Ts Og ↓ * La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu ** Ac Th Pa U Np Pu Am Cm Bk Cf Es Fm Md No Lr

Zelfstandig naamwoord

stront

  1. (scheikunde), (element) Sr, strontium.