super - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

zelfstandig naamwoord

bijvoeglijk naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord super supers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

de super m

  1. (scheikunde), (motortechniek) benzine met een octaangetal hoger dan 95, superbenzine
  2. (handel), (informeel) grote winkel met een doorgaans brede keus aan producten voor het dagelijks leven
    • Ga je zo meteen nog even naar de super?
Vertalingen
stellend
onverbogen super
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

super

  1. (informeel) geweldig [3]
    • Super dat het doorgaat!

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "super" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. super op website: Etymologiebank.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Frans

Uitspraak

Tussenwerpsel

super

  1. (spreektaal) fantastisch!, geweldig! [1]

Verwijzingen

  1. Wouw, Berry van de, Woordenboek populair Frans - Nederlands. Woordenboek van het Frans dat u op school nooit leerde, 2e druk, Breda: Uitgeverij Arti-Choc, 2014; p. 193

Latijn

Voorzetsel

sŭpĕr + accusatief

  1. boven
  2. overheen

Voorzetsel

sŭpĕr + ablatief

  1. boven, bovenop