tak - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- tak
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tak | takken |
| verkleinwoord | takje | takjes |
Zelfstandig naamwoord
de tak m
- (beschrijvende plantkunde) een deel van een boom of struik dat aan de stam vastzit en waaraan bladeren groeien
▸ Zo zegt hij over de schoolmeesters: 'Daarom ga ik nu spreken over diegenen die de mensen wijs schijnen te vinden en die, zoals men zegt, de gouden tak najagen.[3] - (economie), (organisatiekunde) een aftakking in een denkbeeldige boom (-> bedrijfstak, handelstak, industrietak etc.)
▸ De Amsterdamse tak van de partij had zich beklaagd over de slechte huisvesting van de zeeleeuwen.[4] - (familie) groep van naaste familieleden binnen een stamboom
▸ Acht ouders (die de ‘oude takken’ werden genoemd) met tien kinderen tussen de acht en dertien jaar.[5] - (geologie) afsplitsing van een rivier
Synoniemen
Verwante begrippen
Holoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
- [2] tak van sport
Uitdrukkingen en gezegden
- Met wortel en tak uitroeien
iets volledig bestrijden om er geen last meer van te hebben
- Van de hak op de tak springen
steeds weer van onderwerp wisselen en geen duidelijke rode draad in een verhaal hebben
∗ 'Kinderen te krijgen?' Het was nogal een ommezwaai, maar ik was eraan gewend geraakt dat ze altijd van de hak op de tak sprong.[6]
Anagrammen
Vertalingen
1. een deel van een boom of struik
Gangbaarheid
- Het woord tak staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "tak" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[7] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ "tak" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ tak op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Jan Bloemendal
“Erasmus” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025312541 - ↑
Weblink bron “Zeeleeuwen weg uit Artis, PvdD had geklaagd over verblijf.” (17-7-2025), NOS - ↑
Tim Voors
“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers
- ↑
Jessie Burton vert. Marja Borg
“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Afrikaans
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tak | takke |
Zelfstandig naamwoord
tak
Deens
Uitspraak
- IPA: /tak/
Tussenwerpsel
tak
Verwijzingen
- tak in:
Det Danske Sprog- og Litteraturselskab
Den Dankse Ordbog
op website:ordnet.dk
Faeröers
Uitspraak
- IPA: /tɛak/
Zelfstandig naamwoord
tak o
Verbuiging
| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | tak | takið | tøk | tøkini | | genitief | taks | taksins | taka | takanna | | datief | taki | takinum | tøkum | tøkunum | | accusatief | tak | takið | tøk | tøkini |
Indonesisch
Uitspraak
- IPA: /tak/
Woordafbreking
- tak
Woordherkomst en -opbouw
- verkorte vorm van tidak
Bijwoord
tak
- nee; ontkenning die betrekking heeft op gezegde of bepaling
«Bisa bicara bahasa Inggris? - **Tak.**»
Spreekt u Engels? - Nee. - niet; ontkenning van gezegde of bepaling
«tak adil»
onrechtvaardig
Synoniemen
Lets
Voegwoord
tak
Partikel
tak
- maar echt, heus
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- tak
Woordherkomst en -opbouw
Zelfstandig naamwoord
tak o
- dak
«Bil kjørte av veien og havnet på taket ved E6 i Skjeberg.»
Een Auto reed van de weg en belandde op het dak op de E6 in Skjeberg. - plafond
- (figuurlijk) bovengrens
- greep
- krachtproef
- vat, greep
- groeve
Verbuiging
| o | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | tak | taket | tak | takatakene |
| genitief | taks | takets | taks | takastakenes |
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
- [2] himling
- [4] grep
- [5] styrkeprøve
Afgeleide begrippen
- [1] saltak, skråtak, torvtak
- [2] gipstak
- [4] armtak, få tak i, spatak, stavtak, åretak
- [5] basketak, brytetak, krafttak, ryggtak, skippertak
- [6] håndtak
- [7] grustak, sandtak
Verwante begrippen
- [3] begrensning
- [5] mannjamning, slåsskamp
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- tak
Woordherkomst en -opbouw
Zelfstandig naamwoord
tak o
Verbuiging
| o | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | tak | taket | tak | taka |
| genitief |
| obijvorm | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | taki | |||
| genitief |
Gelijkklinkende woorden
Synoniemen
- [2] himling
- [4] grep
- [5] styrkeprøve
Afgeleide begrippen
- [1] saltak, skråtak, torvtak
- [2] gipstak
- [4] fangtak, få tak i, mistak, overtak, spadetak, stavtak, symjetak, åretak
- [5] basketak, brytetak, krafttak, ryggtak, skippertak
- [6] handtak
- [7] høytak, sandtak
Verwante begrippen
- [3] avgrensing
- [5] mannjamning
Pools
Uitspraak
Bijwoord
tak
Anagrammen
Tsjechisch
Uitspraak
Woordafbreking
- tak
Bijwoord
tak
Schrijfwijzen
- Oude schrijfwijze: tako
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
Anagrammen
Verwante begrippen
Verwijzingen
- Internetová jazyková příručka - Ústav pro jazyk český ČR (Tsjechisch)
- Slovník spisovného jazyka českého - Ústav pro jazyk český ČR (Tsjechisch)
- Příruční slovník jazyka českého - Ústav pro jazyk český ČR (Tsjechisch)
Tyap
Uitspraak
Woordafbreking
- tak
| vorm met lidwoord | |
|---|---|
| enk | tak hu |
| mv | a̱ti̱tak ba |
Zelfstandig naamwoord
tak
Werkwoord
tak
Zweeds
Uitspraak
Zelfstandig naamwoord
tak o
Verbuiging
| taks | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | tak | taket | tak | taken |
| genitief | taks | takets | taks | takens |