taks - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
[A] enkelvoud meervoud
naamwoord taks taksen
verkleinwoord taksje taksjes

Zelfstandig naamwoord

[A] de taks m

  1. bepaald hondenras gefokt voor de jacht op dassen
Synoniemen
Verwante begrippen

+

[B] enkelvoud meervoud
naamwoord taks taksen
verkleinwoord taksje taksjes

Zelfstandig naamwoord

[B] de taks v / m

  1. bepaalde hoeveelheid
  2. belasting, heffing
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Anagrammen

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. taks op website: Etymologiebank.nl
  2. 1 2 "taks" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  3. taks op website: Etymologiebank.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Schots

Werkwoord

taks

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs van tak

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

taks + (actief deelwoord)

  1. (spreektaal) zo je
Verwante begrippen
cos jaks kams kdes kdos kdys ses sis

Bijwoord

taks

  1. (verouderd) zo
Opmerkingen
Schrijfwijzen

Verwijzingen