tamelijk - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen tamelijk tamelijker tamelijkst
verbogen tamelijke tamelijkere tamelijkste
partitief tamelijks tamelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

  1. nogal, in relatief grote mate, behoorlijk
    • Ik ben een tamelijke dikzak.

Bijwoord

tamelijk

  1. nogal, in relatief grote mate
Synoniemen
Vertalingen

1. nogal, in relatief grote mate

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. "tamelijk" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be