teerling - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord teerling teerlingen
verkleinwoord teerlinkje teerlinkjes

Zelfstandig naamwoord

de teerling m

  1. kubusvormig voorwerp met op elk van de zijden een van de ogenaantallen "één" tot en met "zes"
Synoniemen
Citaten

De teerling is geworpen

(naar de uitspraak alea iacta est van Julius Caesar) = Het besluit is genomen, er is geen weg terug.

Vertalingen

1. kubusvormig voorwerp met op elk van de zijden een van de ogenaantallen één tot en met zes

Werkwoord

vervoeging van
teerlingen

teerling

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van teerlingen
    • Ik teerling.
  2. gebiedende wijs van teerlingen
    • Teerling!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van teerlingen
    • Teerling je?

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "teerling" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. teerling op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be