teil - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord teil teilen
verkleinwoord teiltje teiltjes

Zelfstandig naamwoord

de teil v / m

  1. brede waterdichte bak
    • Hij maakte een teil met sop om zijn motor schoon te maken.
    • Kent u ze nog, de lavetten van de beroemde Baarnse Ocrietfabriek? Het was een technische innovatie van de bovenste plank. Tot de komst van deze okerkleurige ronde granito badkuipjes, die voorzien van een kunststof schoep ook in staat waren om de was te draaien, bestond het doen van de was uit een zinken teil, ketels heet water, een geribbeld wasbord, een hard stuk Sunlight zeep en vooral veel tijd. U [3]
Synoniemen
Vertalingen

1. ondiepe maar brede waterdichte bak

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "teil" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. teil op website: Etymologiebank.nl
  3. Volkskrant Jelle Reumer 22 juni 2010
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be