teleurstellen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
teleurstellen stelde teleur teleurgesteld
zwak -d volledig

Werkwoord

teleurstellen

  1. overgankelijk iemand op onaangename wijze verrassen, vaak door een belofte niet na te komen
    • We hoeven hen nu niet langer meer teleur te stellen.
    • De kwartaalresultaten van de vliegtuigbouwer stelden de beleggers teleur.
Vertalingen

1. iemand op onaangename wijze verrassen, vaak door een belofte niet na te komen

Afrikaans: teleurstel (af) Deens: skuffe (da) Duits: enttäuschen (de) Engels: disappoint (en) Frans: décevoir (fr), désabuser (fr) Italiaans: delure (it) Portugees: decepcionar (pt) Spaans: decepcionar (es), desengañar (es)

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. "teleurstellen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. teleurstellen op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be