terugdeinzen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
terugdeinzen deinsde terug teruggedeinsd
zwak -d volledig

Werkwoord

terugdeinzen

  1. ergatief van schrik zich achteruit bewegen
    • Toen zij de vijand over de kim zagen naderen deinsden de opstandelingen terug.
      De achteropkomende achtervolgers deinsden geschrokken terug toen hij met de beitel begon te zwaaien.[1]

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen