terugsturen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
terugsturen stuurde terug teruggestuurd
zwak -d volledig

Werkwoord

terugsturen

  1. overgankelijk iets (of iemand) weer naar de plaats doen vertrekken waar het vandaan kwam
    • Hij werd aan de grens teruggestuurd omdat zijn visum niet in orde was.
      Webwinkels zijn het beu dat een deel van de klanten kleding en andere spullen gebruikt om het vervolgens retour te sturen. Ze starten samen met brancheorganisatie Thuiswinkel.org een proef met labels die aan producten worden bevestigd. Alleen als het label nog aan het product zit, mag het binnen 14 dagen worden teruggestuurd en kunnen klanten het volledige bedrag terugkrijgen.[1]
Vertalingen

1. iets (of iemand) weer naar de plaats doen vertrekken waar het vandaan kwam

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen