terugzetten - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
terugzetten zette terug teruggezet
zwak -t volledig

Werkwoord

terugzetten overgankelijk [1]

  1. achteruit zetten
  2. weer zetten op de plaats vanwaar iets of iemand gekomen is
  3. een minder belangrijke plaats geven
Verwante begrippen
Antoniemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
terugzetten

terugzetten

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van terugzetten
    • ...dat wij terugzetten.
    • ...dat jullie terugzetten.
    • ...dat zij terugzetten.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be