testikel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Twee testikels.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord testikel testikels
verkleinwoord testikeltje testikeltjes

Zelfstandig naamwoord

de testikel m

  1. (anatomie) teelbal, zaadbal
Vertalingen

1. teelbal, zaadbal

Duits: Hoden (de) m, Testikel (de) m Engels: testicle (en) Frans: testicule (fr) m Noors: testikkel (no) m Nynorsk: testikkel (nn) m Oudnoords: bǫllr m, eista o Spaans: testículo (es) m

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "testikel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be