ticket - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ticket tickets
verkleinwoord ticketje ticketjes
Belgisch-Nederlands enkelvoud meervoud
naamwoord ticket ticketten
verkleinwoord ticketje ticketjes

Zelfstandig naamwoord

ticket m/o

  1. papier(tje) of digitaal document als bewijs dat je ergens recht op hebt, zoals toegang of deelname
  2. digitaal dossier voor afhandeling van een reparatieverzoek
Synoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. "ticket" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. ticket op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
ticket tickets

Zelfstandig naamwoord

ticket

  1. toegangsbewijs
  2. bekeuring