toegankelijk - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen toegankelijk toegankelijker toegankelijkst
verbogen toegankelijke toegankelijkere toegankelijkste
partitief toegankelijks toegankelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

toegankelijk

  1. te bereiken
    De hele trail is tenslotte ook voor paarden toegankelijk.[1]
    Wiggers krijgt de koninklijke onderscheiding voor "zijn inzet voor het innovatieve en inclusieve karakter van de dansproducties, zijn bijdrage aan het voor een breed publiek toegankelijk maken van moderne dans en het betrekken van de regio bij het dansgezelschap", aldus een verklaring van het Koninklijk Huis.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen