toename - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- toe·na·me
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘het groeien’ voor het eerst aangetroffen in 1893 [1]
- Naamwoord van handeling van toenemen.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | toename | toenamentoenames |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- het groter worden in aantal of maat
Synoniemen
Vertalingen
1. het groter worden in aantal of maat
| Duits: Zunahme (de) v Engels: increase (en) Noors: auke (no) m, økning (no) m/v, øking (no) m/v | Nynorsk: auke (nn) m, auking (nn) v Nynorsk: auki (nn) m Spaans: aumento (es) m, elevación (es) v |
|---|
Gangbaarheid
- Het woord toename staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "toename" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
Verwijzingen
- ↑ "toename" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be