toilet - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toilet toiletten
verkleinwoord toiletje toiletjes

Zelfstandig naamwoord

het toilet o

  1. (sanitair) een plaats waar men kan urineren en zich kan ontlasten, meestal een kleine gesloten ruimte met een toiletpot
    • Weet u waar de toiletten zich bevinden?
      De trap op, het eerste deel van de trap, die nog altijd in twee delen naar boven leidde, met halverwege op de overloop de deur van het extra toilet daar waar je je omdraaide om het tweede deel van de trap op te gaan.[3]
  2. (sanitair) toiletpot
    • Hij zit net op het toilet.
      ' Uit angst voor 'besmettelijke geslachtsziekten' - zelfs de dierenarts dacht toen blijkbaar nog dat die via de toiletbril konden worden overgebracht - kreeg het hele gezin de opdracht om het toilet in de badkamer te gebruiken.[3]
  3. (huishouden) persoonlijke verzorging zoals het zich netjes kleden en opmaken, m.n. van vrouwen gezegd
    • Ze was altijd heel lang bezig met haar toilet als ze naar een feest ging.[4]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening
Vertalingen

1. een plaats waar men zich kan ontlasten

3. persoonlijke verzorging

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "toilet" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. toilet op website: Etymologiebank.nl
  3. 1 2
    Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  4. Georgina Harding, Wie zij was, 2009
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
toilet toilets

Zelfstandig naamwoord

toilet

  1. toilet

Indonesisch

Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

toilet

  1. wc, toilet
  2. kaptafel
Schrijfwijzen
Synoniemen
Afgeleide begrippen