toxicum - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toxicum toxicatoxicums
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

het toxicum o

  1. stof die ziek of dood maakt
    • Bedrog heeft van Ostaijen echter zeker niet gepleegd: hij schreef niet meer dan een drietal roesgedichten (Barbaarse Dans, De Marsch van de Hete Zomer, Angst) en had zich voorgenomen ze nooit te publiceren. Maar dat een gedicht waarvan wij hier hopen aan te tonen dat het eigenlijk geen andere dan door een toxicum verwekte waarnemingen, gevoelens en gedachten vertolkt, wel een herwaardering kan verdragen, dát kan moeilijk betwist worden. [3]
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. toxicum op website: Etymologiebank.nl
  3. Van Acker, K. "Literaire kroniek. Barbaarse Dans van Paul van Ostaijen" in: Streven. jrg. 11 nr. 2 (juni 1958) Desclee de Brouwer, Brugge / Brussel / Leuven; p. 863; geraadpleegd 2019-02-07
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Latijn

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

toxicum o

  1. vergif, vergift
  2. pijlenvergif
Synoniemen
Verbuiging
enkelvoud meervoud
nominatief toxicum toxica
genitief toxicī toxicōrum
datief toxicō toxicīs
accusatief toxicum toxica
vocatief toxicum toxica
ablatief toxicō toxicīs