trekker - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord trekker trekkers
verkleinwoord trekkertje trekkertjes

Zelfstandig naamwoord

de trekker m

  1. (verkeer) vrachtauto die geschikt is voor een oplegger
  2. (verkeer), (landbouw) landbouwvoertuig met grote achterwielen, waardoor het landbouwmachines kan voorttrekken
    Een kleine groep boeren blokkeert woensdagochtend opnieuw een distributiecentrum van ALDI in Drachten. Eén van de ALDI-vrachtwagens buiten de hekken kon door drie trekkers geen kant meer op.[1]
  3. mechanisme in schietwapen waardoor het buigen van de wijsvinger leidt tot het lossen van een schot
  4. (vogels) vogel die, afhankelijk van het jaargetijde, in ver van elkaar gelegen gebieden verblijft
  5. (persoon) iemand die een trektocht maakt, vaak voor een wat langere periode (met bijv. het doel zich uiteindelijk op een verafgelegen plek te vestigen)
    • Als rondreizende trekker kwam ik daar vaker.
  6. Iets of iemand die iets voorttrekt
  7. iemand die of iets wat zorgt voor een veel groter aantal bezoekers; ± attractie
  8. (huishouden) een rubber veger
  9. (economie), (beroep) iemand die een wissel [2] afgeeft
  10. (sanitair) onderdeel van bepaalde, vooral wat oudere toiletpotten waaraan na het toiletgebruik moet worden gerukt, zodat de spoelbak leegloopt en de pot schoonspoelt
  1. (landbouw), (gereedschap) hark voor het bijeenzamelen van aren [1]
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 146883

Werkwoord

trekker

  1. zwakke verbuiging tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van trekke

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | trekker | trekkeren | trekkere | trekkerne | | genitief | trekkers | trekkerens | trekkeres | trekkernes |

Zelfstandig naamwoord

trekker, g

  1. een gereedschaap waarmee men iets trekt, bijv. een kurkentrekker

Verwijzingen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 1475

Werkwoord

trekker

  1. zwakke verbuiging tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van trekke

Zelfstandig naamwoord

trekker

  1. nominatief onbepaald mannelijk meervoud van trekk

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | trekker | trekkeren | trekkere | trekkerne | | genitief | trekkers | trekkerens | trekkeres | trekkernes |

Zelfstandig naamwoord

trekker, m

  1. een gereedschaap waarmee men iets trekt, bijv. een kurkentrekker
Afgeleide begrippen

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking

Werkwoord

trekker

  1. zwakke verbuiging tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van trekka
Schrijfwijzen

Werkwoord

trekker

  1. zwakke verbuiging tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van trekke
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

trekker

  1. nominatief onbepaald mannelijk meervoud van trekk