trekker - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- trek·ker
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van trekken met het achtervoegsel -er
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | trekker | trekkers |
| verkleinwoord | trekkertje | trekkertjes |
Zelfstandig naamwoord
de trekker m
- (verkeer) vrachtauto die geschikt is voor een oplegger
- (verkeer), (landbouw) landbouwvoertuig met grote achterwielen, waardoor het landbouwmachines kan voorttrekken
▸ Een kleine groep boeren blokkeert woensdagochtend opnieuw een distributiecentrum van ALDI in Drachten. Eén van de ALDI-vrachtwagens buiten de hekken kon door drie trekkers geen kant meer op.[1] - mechanisme in schietwapen waardoor het buigen van de wijsvinger leidt tot het lossen van een schot
- Zestig jaar nadat de foto ‘De laatste Jood van Vinnytsja’ voor het eerst aan de wereld werd getoond, heeft een Duitse historicus de naam van de SS'er achterhaald die in 1941 de trekker overhaalde.[2]
- (vogels) vogel die, afhankelijk van het jaargetijde, in ver van elkaar gelegen gebieden verblijft
- (persoon) iemand die een trektocht maakt, vaak voor een wat langere periode (met bijv. het doel zich uiteindelijk op een verafgelegen plek te vestigen)
- Als rondreizende trekker kwam ik daar vaker.
- Iets of iemand die iets voorttrekt
- iemand die of iets wat zorgt voor een veel groter aantal bezoekers; ± attractie
- (huishouden) een rubber veger
- (economie), (beroep) iemand die een wissel [2] afgeeft
- (sanitair) onderdeel van bepaalde, vooral wat oudere toiletpotten waaraan na het toiletgebruik moet worden gerukt, zodat de spoelbak leegloopt en de pot schoonspoelt
- Deze wc heeft een trekker.
- (landbouw), (gereedschap) hark voor het bijeenzamelen van aren [1]
Synoniemen
- [2] tractor
- [3] trekvogel
- [6] publiekstrekker
- [9] trassant
Hyperoniemen
- [1] truck, vrachtauto
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
- Het woord trekker staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "trekker" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
Meer informatie
- Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
Deens
Uitspraak
Woordafbreking
- trek·ker
Woordherkomst en -opbouw
- Zelfstandig naamwoord: naamwoord van handeling van het Deense woord trekke ww met het achtervoegsel -er
| Naar frequentie | 146883 |
|---|
Werkwoord
trekker
- zwakke verbuiging tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van trekke
| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | trekker | trekkeren | trekkere | trekkerne | | genitief | trekkers | trekkerens | trekkeres | trekkernes |
Zelfstandig naamwoord
trekker, g
- een gereedschaap waarmee men iets trekt, bijv. een kurkentrekker
Verwijzingen
- trekker in:
Det Danske Sprog- og Litteraturselskab
Den Dankse Ordbog
op website:ordnet.dk
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- trek·ker
Woordherkomst en -opbouw
- Zelfstandig naamwoord: naamwoord van handeling van het Noorse woord trekke ww met het achtervoegsel -er
| Naar frequentie | 1475 |
|---|
Werkwoord
trekker
- zwakke verbuiging tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van trekke
Zelfstandig naamwoord
trekker
- nominatief onbepaald mannelijk meervoud van trekk
| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | trekker | trekkeren | trekkere | trekkerne | | genitief | trekkers | trekkerens | trekkeres | trekkernes |
Zelfstandig naamwoord
trekker, m
- een gereedschaap waarmee men iets trekt, bijv. een kurkentrekker
Afgeleide begrippen
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- trek·ker
Werkwoord
trekker
- zwakke verbuiging tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van trekka
Schrijfwijzen
Werkwoord
trekker
- zwakke verbuiging tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van trekke
Schrijfwijzen
Zelfstandig naamwoord
trekker
- nominatief onbepaald mannelijk meervoud van trekk