typisch - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen typisch typischer
verbogen typische typischere
partitief typisch typischers -

Bijvoeglijk naamwoord

typisch

  1. vreemd, eigenaardig
    • Hij gedraagt zich de laatste tijd heel typisch.
  2. kenmerkend.
    Even wenste ze dat er inderdaad een of andere Geoffrey was, met zo'n typisch Engelse, wijkende kin, die in een witgepleisterd huis in South Kensington woonde en als tweede secretaris bij Buitenlandse Zaken werkte.[2]
    Uw werk roept intimiteit op, een persoonlijke strijd en opstandigheid die typisch menselijk is - misschien zelfs typisch vrouwelijk - een intimiteit die nu in mij klopt alsof ik een tweede hart heb gekregen.[2]
    • Dat is nou een typisch geval van onoplettendheid.
      Want some breakfast?’ glimlachte ze op die typisch Amerikaanse manier alsof er niks aan de hand was.[3]
      Rond 4 uur ’s nachts kwam ik Barbie en So it Goes weer tegen en samen vonden we een geschikte slaapplek onder de typische woestijnboom, de Joshua Tree.[3]
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. "typisch" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. 1 2
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  3. 1 2
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be