uitgang - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitgang uitgangen
verkleinwoord uitgangetje uitgangetjes

Zelfstandig naamwoord

de uitgang m

  1. een opening waar iets doorheen kan of waardoor men een ruimte verlaten kan; vaak is dit tevens een ingang
    • De uitgang werd bewaakt door een bewaker.
      Een van onze gedistingeerde gasten heeft mij ooit gezegd dat de monsters volgens hem niet waren bedoeld om vreemden buiten te houden, maar om de gasten te beletten de uitgang te bereiken. Het was jaren geleden dat hij dat zei, en hij is hier nog steeds. Zijn naam is Patelski. U zult hem ontmoeten.[1]
  2. (taalkunde) aantal letters achter de stam van een woord als vervoegings- of verbuigingselement
  3. (elektrotechniek) aansluiting van elektrisch apparaat waar een signaal naar buiten wordt geleid
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
ablatiefuitgang achteruitgang afleidingsuitgang artiestenuitgang avonduitgang bastaarduitgang basterduitgang bekkenuitgang buigingsuitgang computeruitgang datiefuitgang dienstuitgang genitiefuitgang havenuitgang hoofduitgang inkomensachteruitgang lijnuitgang maaguitgang meervoudsuitgang naamvalsuitgang nooduitgang personeelsuitgang persoonsuitgang verkleiningsuitgang vocatiefuitgang vooruitgang woorduitgang zijuitgang
Afgeleide begrippen
uitgangsbasis uitgangsbereik uitgangsbuurt uitgangscapaciteit uitgangsconditie uitgangsdag uitgangsdeur uitgangsfrequentie uitgangshouding uitgangshypothese uitgangsignaal uitgangsimpedantie uitgangsintensiteit uitgangskas uitgangsklem uitgangslijn uitgangslinie uitgangsmateriaal uitgangsmorfeem uitgangsniveau uitgangspanning uitgangspositie uitgangsproduct uitgangspuls uitgangspulsfrequentie uitgangspunt uitgangsregel uitgangssignaal uitgangssituatie uitgangsspanning uitgangsstelling uitgangsstof uitgangsstroom uitgangstoestand uitgangsvariabele uitgangsverbod uitgangsvermogen uitgangsvisum uitgangsvorm uitgangswaarde
Vertalingen

1.

Engels: ending (en), exit (en), way out (en) Pools: wyjście (pl) o Spaans: salida (es) v

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen