uithaal - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uithaal uithalen
verkleinwoord uithaaltje uithaaltjes

Zelfstandig naamwoord

de uithaal m

  1. een krachtige beweging met een arm of been
  2. aanhoudende toon
  3. (sport) hard, ver schot
Hyponiemen

Werkwoord

vervoeging van
uithalen

uithaal

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uithalen
    • ... dat ik uithaal.
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be