uitsteken - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
uitsteken stak uit uitgestoken
klasse 4 volledig

Werkwoord

uitsteken

  1. inergatief in grootte de rest voorbijstreven
    • Die boom steekt boven de andere uit.
  2. ditransitief (de ogen) met een scherp voorwerp stekend verwijderen
    • Men stak hem de ogen uit.
  3. overgankelijk uitstrekken, bijvoorbeeld van een ledemaat
    • Als je links afslaat moet je je hand uitsteken.
      Net op tijd kon ik mijn hand de tent uitsteken om mezelf zichtbaar te maken.[1]
      Teresa vond haar een beetje lijken op een krab die op de vlucht sloeg voor een hoge golf, niet bij machte haar hoofd uit haar pantser te steken.[2]
      'Jaag hem weg!' roept Hannah vanaf een boomtak waar ze inmiddels op is geklommen. Maar ik steek mijn hand naar het dier uit.[3]
Vertalingen

1. in grootte de rest voorbijstreven

2. de ogen met een scherp voorwerp stekend verwijderen

3. uitstrekken, bijvoorbeeld van een ledemaat

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen


  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia

  2. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704

  3. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be