universeel - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: universeel (hulp, bestand)
- IPA: / ˌynivɛrˈzel / (4 lettergrepen)
Woordafbreking
- uni·ver·seel
Woordherkomst en -opbouw
- van Frans universel bn dat teruggaat op Latijn universalis, in de betekenis van ‘algemeen’ aangetroffen vanaf 1521 [1] [2] [3]
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | universeel | universeler | universeelst |
| verbogen | universele | universelere | universeelste |
| partitief | universeels | universelers | - |
Bijvoeglijk naamwoord
universeel
- iets dat algemeen of wereldwijd is, alom bekend, vertegenwoordigd of erkend
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. alom bekend, vertegenwoordigd of erkend
Gangbaarheid
- Het woord universeel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "universeel" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |
Verwijzingen
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ universeel op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "universeel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be