uzelf - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uzelf
Woordherkomst en -opbouw
- samenstelling van u en zelf
Persoonlijk voornaamwoord
uzelf
- de versterkte vorm van u
- Maar uzelf bent daar toch niet geweest?
| | enkelvoud | meervoud | | | | | -------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------- | -------------------------------------------- | -------------------------------------------------------- | | verplicht | keuze | verplicht | keuze | | | 1e persoon | mijme | mijzelfmezelf | ons | onszelf | | 2e persoon_(informeel)_ | je | jezelf | je | jezelf | | 2e persoon_(formeel)_ | zich | zichzelf | zich | zichzelf | | 2e persoon_(regionaal)_ | u | uzelf | u | uzelf | | 3e persoon | zich | zichzelf | zich | zichzelf |
Wederkerend voornaamwoord
uzelf
- de versterkte wederkerende vorm van gij
- Gij hebt uzelf danig geweerd.
- de versterkte wederkerende vorm van u, alleen gebruikt bij de gebiedende wijs
- Maak uzelf blij!
Opmerkingen
- Deze vorm kan alleen gebruikt worden als de reflexiviteit optioneel is, dat wil zeggen dat het werkwoord zowel wederkerend als niet-wederkerend gebruikt kan worden.
Gangbaarheid
- Het woord uzelf staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "uzelf" herkend door:
| 96 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 94 % | van de Vlamingen.[1] |
Verwijzingen
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be