vaan - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

vaantje van een sportvereniging

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vaan vanen
verkleinwoord vaantje vaantjes

Zelfstandig naamwoord

de vaan v / m [3]

  1. een klein vaandel, meestal driehoekig van vorm
  2. ijzeren windwijzer
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

overlijden

een opstand beginnen

Vertalingen

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
60 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. "vaan" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. vaan op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be