vaartuig - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vaartuig vaartuigen
verkleinwoord vaartuigje vaartuigjes

Zelfstandig naamwoord

het vaartuig o

  1. een drijvend vervoermiddel in principe voor de verplaatsing over wateroppervlakten, met uitzondering van luchtvaartuig en ruimtevaartuig (dus ook door de lucht of het luchtledige)
    • Het zelfgemaakte vlot bleek geen zeewaardig vaartuig te zijn.
Hyponiemen
binnenvaartuig drogersvaartuig handelsvaartuig kustvaartuig landingsvaartuig loodsvaartuig luchtkussenvaartuig luchtvaartuig oorlogsvaartuig patrouillevaartuig pleziervaartuig ruimtevaartuig vissersvaartuig vrachtvaartuig zeilvaartuig
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

1. vervoermiddel op water

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "vaartuig" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. vaartuig op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be