vellen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
vellen velde geveld
zwak -d volledig

Werkwoord

vellen

  1. overgankelijk neer doen komen, doen vallen
    • Hij velde zijn tegenstander met een rechtse hoek.
  2. overgankelijk horizontaal richten, m.n. een speer of lans
    • Hij velde zijn speer.
  3. overgankelijk, (jachttaal) een dier doden
    • De beer werd door de jager geveld.
  4. onovergankelijk vellen vormen
    • De verf velt.
Hyponiemen
Vertalingen

1. neer doen komen, doen vallen

Zelfstandig naamwoord

de vellen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord vel

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. "vellen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. vellen op website: Etymologiebank.nl
  3. vellen op website: Etymologiebank.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be