velo - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord velo velo's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de velo v / m

  1. (informeel) fiets

Gangbaarheid

51 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. velo op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
enkelvoud meervoud
velo velos

Zelfstandig naamwoord

velo m

  1. (kleding) sluier

Verwijzingen

Werkwoord

vervoeging van
velar

velo

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van velar