vensterruit - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

vensterruit

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vensterruit vensterruiten
verkleinwoord vensterruitje vensterruitjes

Zelfstandig naamwoord

de vensterruit v / m

  1. glazen plaat die een opening in een muur afsluit
    In het vertrek werd één wand in beslag genomen door een brede vensterruit uit één stuk die boven het ravijn oprees.[2]
Synoniemen
Vertalingen

1.

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).

  2. Boris Pasternak (vert. Margriet Berg en Marja Wiebes) op Wikipedia
    “Dokter Zjivago” (1957), G.A. van Oorschot op Wikipedia, ISBN 9789028261396