verblijd - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen verblijd
verbogen verblijde
partitief verblijds

Bijvoeglijk naamwoord

verblijd [1]

  1. blij, verheugd, opgewekt
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
verblijden

verblijd

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verblijden
    • Ik verblijd.
  2. gebiedende wijs van verblijden
    • Verblijd!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verblijden
    • Verblijd je?

verblijd

  1. voltooid deelwoord van verblijden

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be