verbum - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verbum verba
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

het verbum o

  1. woord
  2. werkwoord
    • De spelling van de Nederlandse verba is ook voor geboren en getogen Nederlanders vaak heel lastig.

Gangbaarheid

36 % van de Nederlanders;
53 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "verbum" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Latijn

Zelfstandig naamwoord

verbum o

  1. woord
Verwante begrippen
Verbuiging
enkelvoud meervoud
nominatief verbum verba
genitief verbī verbōrum
datief verbō verbīs
accusatief verbum verba
vocatief verbum verba
ablatief verbō verbīs