vereisen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
vereisen vereiste vereist
zwak -t volledig

Werkwoord

vereisen

  1. overgankelijk nodig hebben
    • Een goede samenwerking zal meer vereisen dan alleen het tonen van inzet.
Verwante begrippen
Vertalingen

1. nodig hebben

Catalaans: exigir (ca) Chinees: 需要、要求 (zh) Deens: kræve (da), fordre (da), forlange (da) Duits: benötigen (de), erfordern (de) Engels: require (en), demand (en) Fins: vaatia (fi), tarvita (fi) Frans: demander (fr), exiger (fr) Ido: postular (io) Interlingua: exiger (ia) Japans: 必要がある (ja), 要る (ja) Portugees: exigir (pt) Spaans: requerir (es), necesitar (es) Tsjechisch: žádat (cs), požadovat (cs), vyžadovat (cs), dožadovat (cs) Zweeds: erfordra (sv)

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be