verhuren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
verhuren verhuurde verhuurd
zwak -d volledig

Werkwoord

verhuren

  1. overgankelijk tegen betaling tijdelijk gebruik van iets toestaan
    • Dit huis wordt verhuurd.
      Dan hoef je alleen nog maar je baan op te zeggen of onbetaald verlof op te nemen, je huis te verhuren en op pad te gaan.[1]
      Verderop raakte minstens één bewoner gewond van een woning die Zeeuwland verhuurt.[2]
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

de verhuren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord verhuur

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen