verlengen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
verlengen verlengde verlengd
zwak -d volledig

Werkwoord

verlengen

  1. overgankelijk langer maken
    • Als je wil dat die broek je nog past, zul je haar moeten verlengen.
  2. overgankelijk langer laten duren
    • De onderhandelingen werden met twee weken verlengd.
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be