verprutsen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
verprutsen verprutste verprutst
zwak -t volledig

Werkwoord

verprutsen

  1. iets waardeloos maken, iets verknoeien, verpesten
    • De vlek verprutste de mooie trouwjurk en daarmee ook de hele bruiloft.
  2. niet nuttig gebruiken
    • Hij verprutste zijn tijd, geld en moeite door maar te blijven werken aan de onmogelijke uitvinding.

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be