versplinteren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
versplinteren versplinterde versplinterd
zwak -d volledig

Werkwoord

versplinteren

  1. tot splinters maken
Vertalingen

1. tot splinters maken

Duits: zersplittern (de) Engels: splinter (en) Frans: fracturer (fr) Spaans: astillar (es), fragmentar (es)

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be