vertrek - WikiWoordenboek (original ) (raw )
het vertrek o
(bouwkunde ), (wonen ) een afgesloten deel van een woning
Hij verliet het vertrek en begaf zich naar het balkon.
de actie van het vertrekken of weggaan
Zijn vertrek kwam nogal onaangekondigd.
Pakistan International Airlines’ (PIA) vlucht PK702 was afgelopen vrijdag om 21.20 uur klaar voor vertrek naar Islamabad. [3]
2. de actie van het vertrekken of weggaan
vertrek
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vertrekken
gebiedende wijs van vertrekken
(bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vertrekken
Vertrek je? ▸ ) Een paar weken later vertrek ik naar New York. [4] ▸ Cynths ophanden zijnde vertrek uit ons kleine flatje hing al een tijdje als een onuitgesproken vraag, onheilszwanger, tussen mijn oudste vriendin en mij in. [5]
100 %
van de Nederlanders;
100 %
van de Vlamingen.[6]
↑ "vertrek" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen , 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org ; ISBN 90 204 2045 3
↑ vertrek op website: Etymologiebank.nl
↑ Tubantia Florian van Impe 10-06-19 Vrouw opent per ongeluk nooduitgang in plaats van toilet, vlucht 7 uur vertraagd
↑ Lynn Berger “De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
↑ Jessie Burton vert. Marja Borg “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff , ISBN 9789024574704
↑ Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be