verzoek - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·zoek
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | verzoek | verzoeken |
| verkleinwoord | verzoekje | verzoekjes |
Zelfstandig naamwoord
het verzoek o
- vraag om iets te doen, te laten of toe te staan
▸ Ze kneep haar ogen even tevreden dicht, alsof ze hele tijd al had geweten dat hij haar verzoek zou inwilligen.[3]
▸ Een bedrijf met meer dan tien werknemers mag een verzoek tot thuiswerken niet zomaar weigeren.[4] - document waarin wordt gevraagd om iets te doen, te laten of toe te staan
▸ Het Nationaal Rampenfonds, waaraan zijn verzoek was overgebracht, kon het helaas niet op die manier uitvoeren.[5]
▸ Koning Charles heeft formeel een verzoek ingediend om zijn zus Anne en broer Edward toe te voegen aan de lijst van zogeheten Counsellors of State. Deze Counsellors of State mogen voor hem invallen. Het verzoek van de vorst is maandag voorgelezen in het Britse Hogerhuis.[6]
Synoniemen
- [2] verzoekschrift
Hyperoniemen
- [1] vraag
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. vraag om iets te doen of te laten
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| verzoeken |
verzoek
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verzoeken
- Ik verzoek.
- gebiedende wijs van verzoeken
- Verzoek!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verzoeken
- Verzoek je?
Gangbaarheid
- Het woord verzoek staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "verzoek" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[7] |
Verwijzingen
Nedersaksisch
Zelfstandig naamwoord
verzoek
Veluws
Zelfstandig naamwoord
verzoek