verzoek - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verzoek verzoeken
verkleinwoord verzoekje verzoekjes

Zelfstandig naamwoord

het verzoek o

  1. vraag om iets te doen, te laten of toe te staan
    Ze kneep haar ogen even tevreden dicht, alsof ze hele tijd al had geweten dat hij haar verzoek zou inwilligen.[3]
    Een bedrijf met meer dan tien werknemers mag een verzoek tot thuiswerken niet zomaar weigeren.[4]
  2. document waarin wordt gevraagd om iets te doen, te laten of toe te staan
    Het Nationaal Rampenfonds, waaraan zijn verzoek was overgebracht, kon het helaas niet op die manier uitvoeren.[5]
    Koning Charles heeft formeel een verzoek ingediend om zijn zus Anne en broer Edward toe te voegen aan de lijst van zogeheten Counsellors of State. Deze Counsellors of State mogen voor hem invallen. Het verzoek van de vorst is maandag voorgelezen in het Britse Hogerhuis.[6]
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. vraag om iets te doen of te laten

Werkwoord

vervoeging van
verzoeken

verzoek

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verzoeken
    • Ik verzoek.
  2. gebiedende wijs van verzoeken
    • Verzoek!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verzoeken
    • Verzoek je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[7]

Verwijzingen

Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

verzoek

  1. verzoek

Veluws

Zelfstandig naamwoord

verzoek

  1. verzoek