vesting - WikiWoordenboek (original) (raw)

[1] vesting

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vesting vestingen
verkleinwoord vestinkje vestinkjes

Zelfstandig naamwoord

de vesting v [3] [4]

  1. (militair) (geschiedenis) een militair versterkte stad.
    • Een vesting moest een stad beschermen tegen vijanden.
      Ik ontmoette Maurits kort voor vertrek naar Amerika in een bruine kroeg in Naarden Vesting.[5]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "vesting" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. vesting op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).

  5. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be