vin - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vin vinnen
verkleinwoord vinnetje vinnetjes

Zelfstandig naamwoord

de vin v / m

  1. (zoötomie) uitstekend lichaamsdeel van vissen en andere aquatische dieren die zij gebruiken voor de voortbeweging
    • Een vis heeft zowel gepaarde als ongepaarde vinnen.
  2. (sport) een zwemvin, gebruikt bij het snorkelen en duiken, onderdeel van een snorkeluitrusting en duikuitrusting
  3. (sport) klein zwaard [3], soms meerdere, onder een kite- of surfboard
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Geen enkele beweging maken, zich volledig stilhouden

Vertalingen

1. uitstekend lichaamsdeel van vissen en andere aquatische dieren

2. een zwemvin, gebruikt bij het snorkelen en duiken...

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "vin" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Deens

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | vin | vinen | vine | vinene | | genitief | vins | vinens | vines | vinenes |

Zelfstandig naamwoord

vin, g

  1. (oenologie), (drinken) wijn

Verwijzingen

Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
vin le vin vins les vins

Zelfstandig naamwoord

vin m

  1. (oenologie), (drinken) wijn
    «J'aime plus le vin rouge que le vin blanc.»
    Ik hou meer van rode wijn dan van witte wijn.
Uitdrukkingen en gezegden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Friulisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

vin m

  1. (oenologie), (drinken) wijn

Lombardisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

vin m

  1. (oenologie), (drinken) wijn

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 1456

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------- | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | vin | vinen | viner | vinene | | genitief | vins | vinens | viners | vinenes |

Zelfstandig naamwoord

vin m

  1. (oenologie), (drinken) wijn
  2. (fruit) wijndruif
  3. (plantkunde) Vitis vinifera op Wikispecies druivenstok, wijnstok
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties

zoete wijn

droge wijn

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

| | enkelvoud | meervoud | | | | | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------------- | --------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------ | | onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | | | nominatief | vin | viner | vinar | vinane |

Zelfstandig naamwoord

vin m

  1. (oenologie), (drinken) wijn
  2. (fruit) wijndruif
  3. (plantkunde) Vitis vinifera op Wikispecies druivenstok, wijnstok
  4. (plantkunde) Parthenocissus op Wikispecies wilde wingerd
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties

zoete wijn

droge wijn

Occitaans

enkelvoud meervoud
vin vins

Zelfstandig naamwoord

vin m

  1. (oenologie), (drinken) wijn

Piëmontees

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

vin m

  1. (oenologie), (drinken) wijn

Roemeens

Zelfstandig naamwoord

vin o

  1. (oenologie), (drinken) wijn

Zweeds

vins enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief vin vinet viner vinerna
genitief vins vinets viners vinernas

Zelfstandig naamwoord

vin o

  1. (oenologie), (drinken) wijn