viool - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord viool violen
verkleinwoord viooltje viooltjes

Zelfstandig naamwoord

de viool v / m

  1. (muziekinstrument) viersnarig strijkinstrument
    • De viool, altviool, cello en contrabas zijn strijkinstrumenten.
    • Mijn viool moet gestemd worden.
  2. (techniek), (scheepvaart) katrol/blok met twee boven elkaar geplaatste schijven van verschillende grootte, waardoor de vorm wat op het onder [1] genoemde instrument lijkt
  3. (spreektaal) (anatomie) deel van onderlijf met de uitgang van de darmen
Synoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

De baas zijn of willen spelen

Minder in te brengen hebben dan een ander

zonder dat het iets oplevert

Vertalingen

2. vioolvormig, dubbelschijfs katrol/blok

enkelvoud meervoud
naamwoord (viool) (violen)
verkleinwoord viooltje viooltjes

Zelfstandig naamwoord

de viool v / m

  1. (bloemplanten) benaming voor uit het geslacht Viola op Wikispecies, laaggroeiend plantjes met vaak driekleurige bloemen
Schrijfwijzen
Vertalingen

1. benaming voor uit het geslacht Viola

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Meer informatie

Verwijzingen

  1. 1 2 "viool" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be