viooltje - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

2. Een driekleurig viooltje.

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
[2] enkelvoud meervoud
naamwoord (viool) (violen)
verkleinwoord viooltje viooltjes

Zelfstandig naamwoord

het viooltje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord viool
    • Mijn dochter speelt voorlopig nog op een driekwart viooltje.
      Het Frysk Orkest heeft het gouden viooltje, dat het 't vorig jaar ontving aan het einde van een spontane actie, welke de inwoners van Friesland voor het behoud van dit orkest hadden gevoerd en dat toen als bestemming kreeg een wisselprijs te zgn voor de beste muzikale prestatie in Friesland, thans toegekend aan prof. dr. J. Jansen te Utrecht.[1]
  2. alleen verkleinwoord (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht Viola op Wikispecies uit de viooltjesfamilie (Violaceae op Wikispecies)
    • Zij heeft een paar viooltjes op haar balkon.
      Inmiddels staat het zinkviooltje op de rode lijst van planten. Het viooltje is zeldzaam geworden, deels doordat kruisbestuiving met andere soorten optreedt, maar ironisch genoeg ook doordat de zinkvervuiling in de regio is afgenomen.[2]
Hyperoniemen
Hyponiemen (in taxonomische zin)
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. benaming voor planten uit het geslacht Viola

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen