vlies - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vlies vliezen
verkleinwoord vliesje vliesjes

Zelfstandig naamwoord

het vlies o

  1. dunne laag op een oppervlak
    De geur van groene zeep, het geknetter van het verse en harsrijke brandhout in de speksteenkachel en het vliesje ijs op de pis waren dus een reinigingsbad voor zijn ziel, een verheven herinnering aan hoeveel hij aan God te danken had.[3]
  2. dun flexibel scheidingsvlak
    • Bij de geboorte breken de vliezen.
  3. afgestroopte huid met haar van een dier
    • Jason en de Argonauten gingen op zoek naar het Gulden Vlies.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. dunne laag op een oppervlak

2. dun flexibel scheidingsvlak

3. afgestroopte huid met haar van een dier

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "vlies" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. vlies op website: Etymologiebank.nl

  3. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044628142
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be