vlot - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vlot vlotten
verkleinwoord vlotje vlotjes

Zelfstandig naamwoord

het vlot o

  1. een drijvende constructie
    Met denkbeeldige oogkleppen op Veel bewoners van de benedendijks gelegen straatjes konden zondagochtend 1 februari, toen tijdens eb de dijk droog kwam te staan, met het eerste in elkaar geknutselde vlot van hun zolders worden gehaald.[4]
    Van wrakhout wisten de mannen een vlot in elkaar te timmeren en daarmee konden die dag verschillende buurtbewoners worden gered.[4]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. een drijvende constructie

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vlot vlotter vlotst
verbogen vlotte vlottere vlotste
partitief vlots vlotters -

Bijvoeglijk naamwoord

vlot

  1. gemakkelijk, eenvoudig, zonder veel problemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. gemakkelijk, eenvoudig, zonder veel problemen

Werkwoord

vervoeging van
vlotten

vlot

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van vlotten
  2. gebiedende wijs van vlotten

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "vlot" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. vlot op website: Etymologiebank.nl
  3. vlot op website: Etymologiebank.nl
  4. 1 2
    Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be